14 km buiten Graaff-Reinet ligt de 'Valley of Desolation', in het recentelijk naar Camdeboo National Park omgedoopte Karoo Nature Reserve. De Verlaten Vallei is tot nationaal monument verklaard in 1939 vanwege zijn geologische belang en het dramatische, schilderachtige landschap. Onze weg van Graaff-Reinet naar Oudtshoorn voert door de Karoo, een half-woestijnlandschap gekenmerkt door eindeloze vlakten, van elkaar gescheiden door bergketens. De Khoi hebben dit gebied deze naam gegeven die 'onvruchtbaar land' betekent. Je zou dan ook niet verwachten dat hier duizenden verschillende planten groeien. Het landschap is uniek in de wereld, met gloeiend hete zomers (pfff, dat merkten we onderweg zelfs mèt airco in de auto), ijskoude winters (dit hebben de ouders van Aldwin vorig jaar aan den lijve mogen ondervinden) en absolute stilte (per 100km 1 tegenligger en 1 huis...?). Naarmate we dichter bij Oudtshoorn in de buurt komen, neemt het aantal struisvogels in de velden om ons heen steeds meer toe. Deze stad in het midden van de Kleine Karoo telt 55.000 inwoners en heeft heel veel aan deze beesten te danken, aangezien zij de stad rijk hebben gemaakt. Toen het in Europa en de VS mode werd dat dames zich in veren boa's hulden, ontstond een enorme vraag naar de zachte veren van de grootste van alle nog levende vogels. Kort voor de Eerste Wereldoorlog leefden er rond de stad 750.000 struisvogels die zo'n 500 ton veren opleverden en dat verzekerde de struisvogelhouders van een jaarlijkse winst van een slordige drie miljoen Engelse pond! De prachtige paleizen van de struisvogelbarons getuigen van de enorme rijkdom uit die tijd. Maar na de Eerste Wereldoorlog veranderde de mode en dat betekende van de ene op de andere dag het einde van de lucratieve struisvogelteelt. Sinds enkele jaren leeft de struisvogelteelt echter weer op. Deze keer vooral vanwege het magere vlees en het zachtige, bultige leder.
zaterdag 23 februari 2008
Struisvogels & Boa's
14 km buiten Graaff-Reinet ligt de 'Valley of Desolation', in het recentelijk naar Camdeboo National Park omgedoopte Karoo Nature Reserve. De Verlaten Vallei is tot nationaal monument verklaard in 1939 vanwege zijn geologische belang en het dramatische, schilderachtige landschap. Onze weg van Graaff-Reinet naar Oudtshoorn voert door de Karoo, een half-woestijnlandschap gekenmerkt door eindeloze vlakten, van elkaar gescheiden door bergketens. De Khoi hebben dit gebied deze naam gegeven die 'onvruchtbaar land' betekent. Je zou dan ook niet verwachten dat hier duizenden verschillende planten groeien. Het landschap is uniek in de wereld, met gloeiend hete zomers (pfff, dat merkten we onderweg zelfs mèt airco in de auto), ijskoude winters (dit hebben de ouders van Aldwin vorig jaar aan den lijve mogen ondervinden) en absolute stilte (per 100km 1 tegenligger en 1 huis...?). Naarmate we dichter bij Oudtshoorn in de buurt komen, neemt het aantal struisvogels in de velden om ons heen steeds meer toe. Deze stad in het midden van de Kleine Karoo telt 55.000 inwoners en heeft heel veel aan deze beesten te danken, aangezien zij de stad rijk hebben gemaakt. Toen het in Europa en de VS mode werd dat dames zich in veren boa's hulden, ontstond een enorme vraag naar de zachte veren van de grootste van alle nog levende vogels. Kort voor de Eerste Wereldoorlog leefden er rond de stad 750.000 struisvogels die zo'n 500 ton veren opleverden en dat verzekerde de struisvogelhouders van een jaarlijkse winst van een slordige drie miljoen Engelse pond! De prachtige paleizen van de struisvogelbarons getuigen van de enorme rijkdom uit die tijd. Maar na de Eerste Wereldoorlog veranderde de mode en dat betekende van de ene op de andere dag het einde van de lucratieve struisvogelteelt. Sinds enkele jaren leeft de struisvogelteelt echter weer op. Deze keer vooral vanwege het magere vlees en het zachtige, bultige leder.
vrijdag 22 februari 2008
Openluchtmuseum
Na een uitstekend ontbijt begeven we ons vanuit Bloemfontein naar Graaff-Reinet, het oudste stadje van de Karoo (en het op drie na oudste van Zuid-Afrika), dat vol staat met Victoriaanse en Kaap-Hollandse huizen. Meer dan 200 gebouwen staan op de monumentenlijst en hiermee is het dan ook een van de best bewaarde historische plaatsen in het land (een soort levend monument). De nederzetting werd in 1786 gesticht in een zwaar bevochten gebied en werd vernoemd naar de toenmalige gouverneur, Cornelis Jacob van der Graaff, en zijn vrouw Cornelia Reynet. In de 19e eeuw groeide het plaatsje uit tot een prachtige en welvarende stad dankzij de teelt van merinoschapen en angorageiten. Tegenwoordig speelt naast de veehouderij ook het toerisme een belangrijke rol. Onderweg naar Graaff-Reinet zien we de temperatuur oplopen naar 37 graden Celsius. De route over glooiende heuvels (die af en toe neigen naar bergen) en langs velden gevuld met struisvogels is werkelijk prachtig. Rond lunchtijd komen we aan in Graaff-Reinet. Op advies van de kok van 'Andries Stockenström', onze slaapplaats voor die nacht, lunchen we bij 'The Coral Tree', een schattig restaurantje met een heerlijke binnentuin dat traditionele Karoo gerechten serveert. We smelten inmiddels bijna weg. Erg veel puf om het stadje te verkennen of andere activiteiten te ontplooien, hebben we dan ook niet. We maken in slow motion een wandeling door het historische hart van de stad. In 10 minuten tijd zijn de volle, gekoelde waterflesjes van een halve liter, tot op de laatste druppel leeg. Als we halverwege een leuk café-restaurant met een mooie tuin tegenkomen, is de beslissing snel genomen om op het terras te gaan zitten en een grote fles water (en ja, ook een glaasje koude, droge witte wijn) te bestellen. Als we weer wat zijn afgekoeld in de schaduw van de enorme bomen, maken we de wandeling af (o.a. langs het Reinet huis, de Old Residency en de Drostdy). Rond 16.00u zijn we weer terug en binnen een mum van tijd hebben we onze kleding verwisseld voor zwemkleding en duiken het zwembad in, dat letterlijk voor onze kamerdeur ligt. Afgekoeld aan de buitenkant, zorgen we voor wat interne verkoeling door een glaasje wijn (en líters water). 's Avonds genieten we van een tongstrelend 4-gangen diner in het hotel, bereid door Beatrice Barnard, één van de Good Cooks of South Africa (net als Marie Lombard van De Oude Kraal waar we hiervoor hebben overnacht).
donderdag 21 februari 2008
Wolkbreuk
Rond 15.30u zitten we in de auto naar Bloemfontein, de hoofdstad van de provincie Free State, op weg naar De Oude Kraal, ons eerste overnachtingsadresje tijdens onze vakantie. Helaas hebben we geen tijd om Bloemfontein te bezoeken. Het ligt op 1400m hoogte en heeft rond de 400.000 inwoners. De stad heeft zijn naam te danken aan de Voortrekker Johannes Nicolaas Brits. Die ontdekte in 1840 een bron op de droge hoogvlakte en omdat er kleine anjers groeiden, gaf hij de plek de naam Bloemfontein. Het stadje ontwikkelde zich snel. In 1855 werd er al een universiteit opgericht en toen in 1910 de Zuid-Afrikaanse Unie ontstond, werd Bloemfontein de zetel van het hoogste gerechtshof. In en rondom Johannesburg is het al spitsuur. We lopen dan ook wat vertraging op, maar gelukkig valt het uiteindelijk alleszins mee. Als we Bloemfontein voorbij zijn en zo'n 20km voor de afslag zitten naar het hotel, vindt een ware wolkbreuk plaats. Het lawaai van de donder maakt spreken onmogelijk en vanwege de enorme hoeveelheid water die over ons wordt uitgestort, overwegen we om te stoppen onder een viaduct totdat het is overgewaaid. Gelukkig is het onweer echter kort en (heel) krachtig. Na een kwartier inspannend rijden, is het ergste voorbij en klaart het op. We nemen de afslag waarna de weg overgaat in een gravelweg, die spekglad is geworden door de regen. Voorzichtig rijden we de laatste kilometers naar het hotel waar we rond 20.00u arriveren. Daar kunnen we, ondanks aanwijzingen van het personeel, zowaar onze kamer niet vinden (*bloos*! Nee serieus! Het was echt erg lastig te vinden!). Een medewerker wijst ons uiteindelijk de goede weg en om half negen zitten we aan een heerlijk 5-gangen diner.
Op vakantie "in eigen tuin"
Donderdag gaan we een ruime week op vakantie in eigen land. Om precies te zijn, in eigen tuin. We gaan de beroemde Tuinroute rijden (zoals een bepaald deel van de weg langs de zuidkust van Zuid-Afrika wordt genoemd). Perfecte timing want het weer is werkelijk fantastisch (de lucht is strakblauw, de zon schijnt volop, het is tussen de 25 en 35 graden en de onweersbuien lijken even pauze te houden). Bovendien kunnen we na alle gebeurtenissen wel even wat ontspanning gebruiken. Aangezien Aldwin eerst nog een presentatie heeft, haal ik hem rond 15.00u pas op van zijn werk. Dan rijden we zo'n 420km naar Bloemfontein waar we overnachten in "De Oude Kraal". De volgende dag staat ongeveer dezelfde afstand op het menu naar Graaff-Reinet waar we een kamer hebben geboekt bij "Andries Stockenström". Op zaterdag slapen we zo'n 320km verderop in Oudtshoorn bij "De Zeekoe". Daar maken we een lus naar het noorden (naar Prince Albert) langs diverse bergpassen in o.a. het Swartberg Nature Reserve en langs de Cango Caves naar George en Wilderness (waar de Tuinroute feitelijk voor ons begint). Hier slapen we in het Palms Wilderness hotel. Daarna rijden we naar Knysna waar we twee nachten verblijven in het "Head over Hills" hotel met naar verwachting een prachtig uitzicht op de lagune en de Knysna Heads. Na de Knysna lagune is het Tsitsikamma Forest aan de beurt. Hier slapen we in het Protea Hotel "Tsitsikamma Inn". Om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, hebben we ook twee wildreservaten opgenomen in het programma. Het eerste (na het Addo Elephant National Park) dat we bezoeken is het "Blaauwbosch Game Reserve", gevolgd door het "Kwandwe Private Game Reserve" op vrijdag waar we verblijven in de "Great Fish River Lodge". Om de terugreis te breken, overnachten we zaterdagnacht in het Gariep Dam Nature Reserve bij de "Orange Valley Guest Farm".
Abonneren op:
Posts (Atom)